Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2024:1525

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 juni 2024
Publicatiedatum
4 juni 2024
Zaaknummer
000663-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding voor kosten rechtsbijstand in strafzaak en procedure

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek om vergoeding van kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak en de daarop volgende verzoekschriftprocedure. De rechtbank had het verzoek afgewezen omdat de zaak onmiskenbaar tot een veroordeling zou leiden.

Het hof oordeelt dat het criterium van de rechtbank in strijd is met de onschuldpresumptie en dat op grond van artikel 534 Sv Pro gronden van billijkheid aanwezig zijn om vergoeding toe te kennen. Er is geen bewijs dat het voortduren van de vervolging aan appellant te wijten is.

Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en kent het een vergoeding toe van in totaal €7.076,05, bestaande uit kosten rechtsbijstand in de strafzaak en in de verzoekschriftprocedure in eerste aanleg en hoger beroep.

Uitkomst: Het hof kent appellant een schadevergoeding toe van €7.076,05 voor kosten rechtsbijstand.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000663-23 (530 Sv)
parketnummer in eerste aanleg: 81-170833-22
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 23 augustus 2023 op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. J.J. Mul,
Langestraat 61, 1015 AK Amsterdam.

1.Procesverloop

Het hoger beroep is op 31 augustus 2023 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).
Op 16 april 2024 heeft de advocaat-generaal het advies van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 23 april 2024 de advocaat-generaal, appellant en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord.

2.Inhoud van het verzoek

Het verzoek - zoals aangevuld in raadkamer in hoger beroep - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 6.056,05;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 680,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 340,00.

3.Beoordeling

Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank heeft het verzoek afgewezen omdat de zaak onmiskenbaar tot een veroordeling zou hebben geleid.
Het hof overweegt dat het door de rechtbank gehanteerde criterium niet bruikbaar is omdat dit in strijd is met de onschuldpresumptie.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Niet is gebleken dat (het voortduren van) de vervolging aan handelen van verzoeker te wijten is.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de strafzaak ten bedrage van € 6.056,05.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 1.020,00.
Het hof zal de beschikking waarvan beroep vernietigen en opnieuw recht doen.

4.Beslissing

Het hof:
Vernietigt de beschikking waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro uit ’s Rijks kas aan appellant een vergoeding toe van € 7.076,05 (zevenduizend zesenzeventig euro en vijf cent).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, P.F.E. Geerlings en P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 4 juni 2024.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 7.076,05 (zevenduizend zesenzeventig euro en vijf cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. derdenrekening mr. J.J. Mul o.v.v. schadevergoeding [verzoeker].
Amsterdam, 4 juni 2024,
mr. A.M.P. Geelhoed, voorzitter.