AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verzoek tot schadevergoeding na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging afgewezen wegens termijnoverschrijding
Verzoeker diende bij het gerechtshof Amsterdam twee verzoekschriften in op grond van artikel 530 enPro 533 van het Wetboek van Strafvordering, met het doel een schadevergoeding te verkrijgen voor kosten en schade geleden in verband met een strafzaak die zonder strafoplegging werd beëindigd.
Het verzoek ex artikel 533 SvPro werd echter buiten de wettelijke termijn ingediend. De advocaat van verzoeker voerde aan dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar was, maar het hof oordeelde dat hiervoor geen gegronde redenen bestonden en verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk voor dit verzoek.
Het verzoek ex artikel 530 SvPro was wel tijdig ingediend. Het hof beoordeelde de gronden van billijkheid en wees een vergoeding toe voor de kosten van rechtsbijstand, met een vermindering wegens uren besteed aan een klaagschriftprocedure die niet voor vergoeding in aanmerking kwam.
Uiteindelijk kende het hof een totale vergoeding toe van €6.309,37, bestaande uit €5.629,37 voor rechtsbijstandskosten in de strafzaak en €680,00 voor kosten in de verzoekschriftprocedure zelf. Het overige werd afgewezen.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het verzoek ex artikel 533 Sv, maar ontvangt een schadevergoeding van €6.309,37 op grond van artikel 530 Sv.
Uitspraak
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000884-23 (530 Sv) en 000280-24 (533 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-000081-22
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 enPro 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1967,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. J.A. Schuttevaar,
Eisenhowerlaan 136, 2517 KN Den Haag,
1.Procesverloop
Het verzoekschrift ex artikel 530 SvPro is op 20 november 2023 ingekomen.
Het verzoekschrift ex artikel 533 SvPro is op 25 maart 2024 ingekomen.
Op 22 april 2024 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 23 april 2024 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.
2. Inhoud van het verzoek
De verzoeken strekken trekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 520,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 6.226,37;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.
3.Beoordeling van het verzoek
Bij arrest van dit hof van 5 september 2023 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift ex artikel 533 isPro buiten de termijn ingediend.
De advocaat van verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is en heeft daartoe aangevoerd dat de rechtbank de voorlopige hechtenis ook niet had opgemerkt nu geen aftrek had plaatsgevonden.
In hetgeen door de advocaat is aangevoerd ziet het hof geen reden de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Het hof zal verzoeker derhalve niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek ex artikel 533 SvPro.
Het verzoekschrift ex artikel 530 SvPro is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding ex artikel 530 SvPro steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Blijkens de bij het verzoekschrift gevoegde urenspecificatie en het verhandelde in raadkamer is tevens om een vergoeding van kosten voor rechtsbijstand verzocht ten aanzien van een klaagschriftprocedure ex artikel 552a Sv in de periode 4 juni 2019 en 1 oktober 2019. Deze uren komen niet voor vergoeding in aanmerking. Het hof schat de tijd besteed aan de klaagschriftprocedure op 7 uren en zal het toe te wijzen bedrag naar rato verminderen met (7/40 x € 3.412,20) € 597.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak – niet zijnde de rechtsbijstand die is verleend met betrekking tot het klaagschrift 552a Sv - tot een bedrag van € 5.629,37.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 680,00.
4.Beslissing
Het hof :
Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk ten aanzien van het verzoek ex artikel 533 SvPro.
Kent op de voet van artikel 530 SvPro aan verzoeker een vergoeding toe van € 6.309,37 (zesduizend driehonderdnegen euro en zevenendertig cent).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, P.F.E. Geerlings en P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 4 juni 2024.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van
€ 5.629,37 (vijfduizend zeshonderdnegenentwintig euro en zevenendertig cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. [verzoeker] o.v.v. [ovv 1]