ECLI:NL:GHAMS:2024:1542
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand klaagschriftprocedure na beslag
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in verband met een klaagschriftprocedure ex artikel 552a Sv. Op 20 januari 2022 werd beslag gelegd op een mobiele telefoon en een geldbedrag van € 5.120,00. Namens appellant werd op 27 januari 2022 een klaagschrift ingediend voor teruggave van deze voorwerpen.
De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding af met als motief dat het Openbaar Ministerie voortvarend te werk was gegaan, waardoor geen billijkheidsggronden aanwezig zouden zijn. Het hof stelt echter vast dat het klaagschrift tijdig is ingediend, conform de wettelijke eis dat dit zo spoedig mogelijk na inbeslagneming moet gebeuren.
Het hof oordeelt dat ondanks het voortvarende optreden van het OM, er toch gronden van billijkheid zijn om de gevorderde vergoeding toe te kennen. De totale vergoeding van € 1.533,04 wordt toegekend, bestaande uit kosten rechtsbijstand in de strafzaak en in de verzoekschriftprocedure in eerste aanleg en hoger beroep.
Het vonnis is uitgesproken op 4 juni 2024 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, die de eerdere beschikking vernietigt en het verzoek alsnog toewijst.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand toe en kent een bedrag van € 1.533,04 toe.