In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 oktober 2019 beoordeeld. De verdachte werd verdacht van diefstal in vereniging van een horloge en opzetheling van een ander horloge. De rechtbank sprak de verdachte vrij van één tenlastelegging en veroordeelde hem tot 24 maanden gevangenisstraf voor de overige feiten.
Het hof verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraak van het tweede feit. De bewezenverklaring van de diefstal en heling werd bevestigd, maar het hof vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en de beslissing op de vordering van de benadeelde partij. De straf werd vastgesteld op 21 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van ruim tweeënhalf jaar.
De diefstal betrof een kostbaar horloge dat via Marktplaats te koop werd aangeboden. De verdachte en mededaders maakten op brutale wijze het horloge buit in de woning van het slachtoffer, wat het hof als ernstig rekent vanwege de inbreuk op de veiligheid van het slachtoffer. Daarnaast werd de verdachte veroordeeld voor heling van een ander gestolen horloge, wat het hof als ondermijnend strafbaar feit beoordeelt.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €1.650 voor het gestolen Cartier Tank Basculante horloge, gebaseerd op aankoopbedragen en invoerrechten. Het hof wees deze vordering toe omdat de schade direct verband houdt met de bewezen heling en de verdachte mede verantwoordelijk is voor het voortduren van de schade. Verder werd bepaald dat de wettelijke rente vanaf 26 april 2018 verschuldigd is.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 juni 2024, waarbij een rechter wegens verhindering niet medeondertekende.