Partijen zijn in 2011 gehuwd en hun huwelijk is in 2022 ontbonden. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren. De rechtbank had bij beschikking van 1 februari 2023 alimentatie vastgesteld, met een ingangsdatum van de overdracht van de woning op 31 mei 2023.
De vrouw kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht om hogere bijdragen voor kinderalimentatie en partneralimentatie. De man stelde een lager bedrag voor en voerde incidenteel hoger beroep in. Het hof hield een mondelinge behandeling en beoordeelde de draagkracht van partijen, waarbij het uitging van een bruto jaarloon van de vrouw op basis van 28 uur werk per week vanaf 1 oktober 2024.
Het hof corrigeerde de aanvullende behoefte van de vrouw omdat zij met haar eigen vermogen grotendeels kon voorzien in vermogensvorming. De kinderalimentatie werd vastgesteld op €341 en €130 per maand voor de kinderen tot 1 oktober 2024, en daarna op €346 en €121. De partneralimentatie werd vastgesteld op €3.066 bruto per maand vanaf 31 mei 2023. De beschikking is deels bekrachtigd en deels vernietigd met nieuwe vaststellingen.