ECLI:NL:GHAMS:2024:1652
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens niet-handhaving grieven
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 11 april 2024 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter van 17 november 2023. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen de opgelegde straf. De advocaat-generaal vorderde niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De raadsman van de verdachte gaf per e-mail op 19 december 2023 aan dat het hoger beroep zich richtte tegen de straf, maar op 10 april 2024 liet hij weten dat de grieven niet langer werden gehandhaafd en verzocht toepassing van artikel 416, tweede lid, Sv. Dit werd tijdens de terechtzitting bevestigd.
Het hof overwoog dat nu de bezwaren niet zijn gehandhaafd en geen ander rechtens te respecteren belang is gebleken, de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie raadsheren.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet-handhaving van grieven.