ECLI:NL:GHAMS:2024:168
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen nihilstelling kinderalimentatie wegens onvoldoende onderbouwing vader
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die de kinderalimentatie voor hun minderjarige kind op nihil stelde. De vader had verzocht om nihilstelling vanwege een vermeende wijziging in zijn financiële omstandigheden.
De moeder betoogde dat de vader onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie en zijn stellingen niet met stukken onderbouwde. De vader stelde dat hij door psychische problemen weinig inkomen heeft en zijn vaste lasten deels door familie en vrienden worden betaald. Hij verrichtte incidenteel werk en ontving geen inkomen uit eerdere ondernemingen.
Het hof constateerde dat de vader sinds 2018 zijn dienstverband had beëindigd en sindsdien een WW-uitkering ontving. Hij gaf geen duidelijkheid over zijn huidige inkomsten en uitgaven, ondanks herhaald verzoek. De vader kon ook niet verklaren hoe hij leningen kon afsluiten en aflossen zonder inkomen.
Het hof oordeelde dat er weliswaar sprake is van een wijziging van omstandigheden, maar dat de draagkracht van de vader niet kan worden vastgesteld vanwege onvoldoende onderbouwing. Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking en wees het het verzoek van de vader af. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot nihilstelling van de kinderalimentatie af wegens onvoldoende onderbouwing van de financiële draagkracht van de vader.