ECLI:NL:GHAMS:2024:1726

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 juni 2024
Publicatiedatum
24 juni 2024
Zaaknummer
200316456/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:350 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bepaling vergoeding onderzoeker in enquêterechtzaak tegen Tema Process B.V.

In deze zaak heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Tema Process B.V. vanaf 1 januari 2020. Mr. C.M. Insinger werd als onderzoeker aangewezen en heeft op 27 mei 2024 het onderzoeksverslag met bijlagen ingediend.

De Ondernemingskamer stelde het onderzoeksverslag ter inzage en ontving geen bezwaren tegen de door de onderzoeker opgegeven specificatie van de bestede uren, welke neerkwam op een vergoeding van €71.501,31 exclusief btw. De secretaris gaf partijen de mogelijkheid tot reactie, maar er werd geen bezwaar gemaakt.

Gezien de aard en omvang van het onderzoek achtte de Ondernemingskamer de kosten niet onredelijk en bepaalde zij de vergoeding overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW Pro. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 18 juni 2024 in het openbaar uitgesproken door de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: De vergoeding van de onderzoeker wordt vastgesteld op €71.501,31 exclusief btw.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.316.456/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 18 juni 2024
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DRYTEC B.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERZOEKSTER,
advocaten:
mrs. A.P. van Oostenen
J.L.W. Droppert, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TEMA PROCESS B.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER,
advocaten:
mrs. J.P.M. Borsboom,
E.F.W.A. Hammen
P.A. Brandsma, allen kantoorhoudende te Rotterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JUSTECO HOLDING B.V.,
gevestigd te Zwolle,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WATERTUIN B.V.,
gevestigd te Zwolle,

3 [A] ,

wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. H. Eijer, kantoorhoudende te Zoetermeer.
Hierna zal Tema Process B.V. (ook) worden aangeduid als Tema Process.
1.
Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 16 en 18 januari 2023, 13 februari 2023, 19 oktober 2023, 10 november 2023 en 11 december 2023 en 30 mei 2024 in deze zaak.
1.2
Bij de beschikking van 16 januari 2023 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Tema Process over de periode vanaf 1 januari 2020 en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd om het onderzoek te verrichten.
1.3
Bij beschikking van 19 oktober 2023 heeft de Ondernemingskamer mr. C.M. Insinger te Rotterdam aangewezen als onderzoeker als bedoeld in de beschikking van 16 januari 2023.
1.4
Op 27 mei 2024 heeft de onderzoeker het verslag, met bijlagen, van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
1.5
Bij de beschikking van 30 mei 2024 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde onderzoeksverslag aldaar ten inzage ligt voor belanghebbenden.
1.6
Met het oog op de vaststelling van haar vergoeding heeft de onderzoeker bij het onderzoeksverslag een specificatie van de aan het onderzoek bestede uren gevoegd. Deze specificatie sluit op een bedrag van € 71.501,31 (exclusief btw).
1.7
Bij e-mail van 30 mei 2024 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de in 1.6 genoemde specificatie.
1.8
De Ondernemingskamer heeft geen reacties ontvangen.

2.De gronden van de beslissing

De onderzoeker heeft ten behoeve van de vaststelling van haar vergoeding een gespecificeerde opgave gedaan van de door haar aan het onderzoek bestede uren. De Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. Nu partijen geen bezwaren hebben aangevoerd en de onderzoekskosten de Ondernemingskamer ook overigens in het licht van de aard en de omvang van het verrichte onderzoek niet onredelijk voorkomen, zal de Ondernemingskamer de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW Pro bepalen als hierna te vermelden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 71.501,31, de daarover verschuldigde
omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. W.A.H. Melissen en mr. M.A.M. Vaessen, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en drs. G. van Vollenhoven-Eikelenboom AAG, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.C.W. Wijffels, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2024.