ECLI:NL:GHAMS:2024:1733
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens verzuim
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 14 juni 2024 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen een verdachte geboren in 2001. Het hoger beroep was ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 16 oktober 2023. Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Dit artikel bepaalt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard indien het hoger beroep niet tijdig of niet op de juiste wijze is ingesteld.
De beslissing is genomen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam. De verdachte is niet inhoudelijk behandeld omdat het hof zich beperkte tot de formele beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep. De griffier was mr. M.D.M. van der Voort en de uitspraak is gewezen door mr. M.J.A. Duker.
Het arrest bevestigt het belang van strikte naleving van procesregels bij het instellen van hoger beroep in strafzaken. Door niet-ontvankelijkheid wordt het vonnis van de politierechter in stand gelaten zonder inhoudelijke behandeling van de zaak door het hof.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet-naleving van artikel 416 lid 2 Sv.