ECLI:NL:GHAMS:2024:178
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag wegens klem en verloren raken kind tussen ouders
In deze zaak stond de vraag centraal of het gezamenlijk gezag over de minderjarige gehandhaafd kon blijven of dat het in haar belang was dit te beëindigen. De ouders communiceerden al jarenlang niet met elkaar, waardoor het kind klem en verloren raakte tussen hen. Ondanks diverse hulpverleningspogingen en ondertoezichtstellingen is het contact tussen vader en kind niet hersteld en is de situatie onveranderd gebleven.
De vader voelde zich buitenspel gezet door de nieuwe gezinssituatie van de moeder en betoogde dat het gezamenlijk gezag hem nog verbindt met het kind. De moeder stelde dat het beëindigen van het gezamenlijk gezag rust bracht die noodzakelijk was voor het welzijn van het kind. De Raad voor de Kinderbescherming onthield zich van een advies over het gezag, maar benadrukte het belang van betrokkenheid van beide ouders.
Het hof overwoog dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is, maar dat dit beëindigd kan worden als het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en verbetering niet te verwachten is. Gezien de langdurige vijandige houding, het ontbreken van communicatie en het feit dat het kind geen contact wenst met de vader, achtte het hof het in het belang van het kind noodzakelijk dat de moeder het eenhoofdig gezag krijgt. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en de moeder krijgt het eenhoofdig gezag over het kind toegewezen.