ECLI:NL:GHAMS:2024:1907
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: draagkracht vader gebaseerd op minimumloon
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin hij werd veroordeeld tot betaling van € 500,- per maand kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen. De vader betwistte zijn draagkracht en stelde dat de alimentatie op nihil moest worden gesteld vanwege gebrek aan inkomen en ziekte.
Het hof heeft de behoefte van de kinderen vastgesteld op een gemiddeld bedrag van € 613,- per maand, gebaseerd op een combinatie van het gezinsinkomen in 2019 en 2020. De vader heeft onderbouwd dat hij sinds 2020 geen inkomen heeft, maar onvoldoende aangetoond dat hij niet kan werken. Het hof gaat daarom uit van een toekomstige verdiencapaciteit op het niveau van het minimumloon vanaf 1 oktober 2024.
De vader moet tot die datum een lagere bijdrage van € 25,- per kind per maand betalen en vanaf 1 oktober 2024 € 48,- per kind per maand. Er is geen draagkracht aan de zijde van de moeder vastgesteld. Het hof wijst het verzoek van de moeder om proceskosten toe te wijzen af.
Uitkomst: De vader moet vanaf 10 november 2022 tot 1 oktober 2024 € 25,- per kind per maand betalen en vanaf 1 oktober 2024 € 48,- per kind per maand als kinderalimentatie.