De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het rijden zonder een verplichte verzekering voor zijn bromfiets op een openbare weg in Amsterdam. In hoger beroep is het vonnis van de kantonrechter vernietigd en is wettig en overtuigend bewezen verklaard dat de verdachte op 14 juni 2022 zonder verzekering reed op de Meer en Vaart te Amsterdam.
Het hof heeft de straf bepaald op een geldboete van €210,- subsidiair vier dagen jeugddetentie, rekening houdend met de ernst van het feit, het doel van de wet ter bescherming van slachtoffers en de eerdere verkeersovertredingen van de verdachte. Daarnaast is de tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke werkstraf wegens het plegen van een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd.
De raadsman voerde aan dat de verdachte zijn leven positief heeft veranderd, maar het hof oordeelde dat de effectiviteit van voorwaardelijke straffen vereist dat overtredingen niet vrijblijvend zijn. De proeftijd is niet verlengd en de tenuitvoerlegging van de werkstraf is gelast. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 januari 2024.