Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Omvang van het hoger beroep ten aanzien van feit 1
Vonnis waarvan beroep
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
13 (dertien) maanden.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf voor het handelen in cocaïne, heroïne en MDMA in georganiseerd verband. Hij vervulde een middenkader- en leidinggevende rol binnen de organisatie en had een handelsvoorraad in zijn woning.
In hoger beroep bevestigt het hof het vonnis inhoudelijk, maar vernietigt het vonnis voor zover het de straf betreft. Het hof oordeelt dat de behandeling van de zaak niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden, wat rechtvaardigt dat de straf met één maand wordt verminderd.
De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep tegen de vrijspraak van het handelen in de periode van 1 juni 2017 tot 20 april 2018, omdat hoger beroep tegen die beslissing niet openstaat. De opgelegde straf is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 13 maanden, passend gelet op de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte.
De handel in harddrugs wordt gezien als een ernstige bedreiging voor de gezondheid van gebruikers en de maatschappelijke orde. De verdachte toonde geen berouw en had uitsluitend oog voor eigen voordeel. Het vonnis bevestigt ook de onttrekking aan het verkeer van een helm en de teruggave van een USB-stick en laptop.
De tenuitvoerlegging van de straf vindt volledig plaats in de penitentiaire inrichting, met mogelijke deelname aan een penitentiair programma of regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 13 maanden gevangenisstraf wegens handel in harddrugs in georganiseerd verband met strafmatiging wegens termijnoverschrijding.