Op 21 september 2022 weigerde de verdachte tijdens een verkeerscontrole in Zaandijk mee te werken aan een bloedonderzoek nadat hij was aangehouden wegens vermoedelijk rijden onder invloed van verdovende middelen. Ondanks meerdere bevelen van de hulpofficier van justitie bleef de verdachte vragen stellen en gaf hij geen volledige medewerking aan het bloedonderzoek.
De politierechter sprak de verdachte vrij, maar het openbaar ministerie ging in hoger beroep. Het hof oordeelde dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan overtreding van artikel 163, zesde lid, Wegenverkeerswet 1994, omdat volledige medewerking vereist is tot het onderzoek is voltooid.
Het hof legde een taakstraf van 40 uur op, vervangbaar door 20 dagen hechtenis, en een rijontzegging van negen maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen van de verdachte en de ernst van de feiten.