ECLI:NL:GHAMS:2024:2171
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijspraak wegens onvoldoende steunbewijs bij ontucht met minderjarige stiefdochters
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 25 juli 2024 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 11 maart 2022, waarin verdachte werd vrijgesproken van ontucht met zijn minderjarige stiefdochters.
De ten laste gelegde feiten betreffen ontuchtpleging in een periode waarbij twee stiefdochters aangifte deden en wisselende verklaringen aflegden over de aard en details van het misbruik. Het hof heeft het dossier beoordeeld, waarbij het van belang achtte dat in zedenzaken een minimale hoeveelheid steunbewijs vereist is naast de aangifte om tot een bewezenverklaring te komen.
Hoewel de verdachte in 2002 contact opnam met het Advies en Meldpunt Kindermishandeling en een deel van het misbruik erkende, acht het hof dit niet voldoende bewijs gezien de complexe gezinssituatie en het ontbreken van aanvullend steunbewijs. De verklaringen van de slachtoffers zijn wisselend en onduidelijk, mede door hun jonge leeftijd destijds en de problematische gezinssituatie.
Het hof concludeert dat het dossier onvoldoende steunbewijs bevat om de schuld van verdachte wettig en overtuigend vast te stellen en bevestigt daarom de vrijspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs voor ontucht met minderjarige stiefdochters.