ECLI:NL:GHAMS:2024:2175
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens medeplegen oplichting en diefstal met valse sleutels
In deze zaak stond de ontnemingsvordering centraal die voortvloeide uit een veroordeling wegens medeplegen van oplichting en diefstal door middel van valse sleutels gepleegd op 18 oktober 2022. De rechtbank Amsterdam had de veroordeelde veroordeeld en hem verplicht tot betaling van €1.116,67 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De veroordeelde stelde in hoger beroep dat de verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel anders moest zijn dan de door de rechtbank aangenomen pondspondsgewijze verdeling. Dit verweer werd door het hof verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en ongeloofwaardigheid van de verklaring dat anderen hem hadden aangezet en hij slechts eten, drinken en onderdak had ontvangen.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank en verving de gebruikte bewijsmiddelen door die welke in een eventuele cassatieprocedure zullen worden opgenomen. Hiermee blijft de ontnemingsvordering van €1.116,67 onverminderd van kracht.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 12 juli 2024 na behandeling van het hoger beroep en het onderzoek in eerste aanleg.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de ontnemingsvordering van €1.116,67 wegens medeplegen van oplichting en diefstal.