In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken van poging tot zware mishandeling omdat het vereiste opzet niet kon worden bewezen. De bewezenverklaring betreft openlijke geweldpleging, gepleegd op een openbare plaats in vereniging met een ander.
De feiten betreffen een incident op 1 januari 2023 te Amsterdam, waarbij het slachtoffer door de verdachte en een medeverdachte op de grond werd gegooid en meermalen werd geslagen en geschopt. Het hof achtte het bewijs, waaronder camerabeelden, voldoende om deze gedragingen te bewijzen.
De verdediging voerde een beroep op noodweerexces aan, stellende dat de verdachte handelde uit een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door een eerdere aanranding van de medeverdachte met een fles. Het hof verwierp dit beroep omdat de verdachte zelf niet direct was aangevallen, de achtervolging en het geweld buitensporig waren en de verdachte onder invloed van alcohol was.
De strafoplegging betrof een taakstraf van 50 uur en 25 dagen hechtenis, waarbij het hof rekening hield met eerdere veroordelingen van de verdachte en de ernst van het feit. Het vonnis benadrukt het belang van het respecteren van de rechtsstaat en het afzien van eigenrichting.