Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Vorderingen van de benadeelde partij
BESLISSING
€ 3.000,00 (drieduizend euro)ter zake van materiële schade.
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld en stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, met uitzondering van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd van €16.153,47, bestaande uit gestolen VVV-bonnen en onderzoekskosten. Kort voor de terechtzitting werd deze vordering verlaagd tot €3.000,00, bestaande uit materiële schade, zonder wettelijke rente. De advocaat-generaal en de verdediging stemden in met deze verlaging en toewijzing.
Het hof concludeerde dat uit het onderzoek voldoende bleek dat de benadeelde partij rechtstreeks schade had geleden door het handelen van de verdachte. De vordering tot €3.000,00 werd daarom toegewezen. Voor de overige kosten werd nihil begroot. Het vonnis van de rechtbank werd voor het overige bevestigd.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 maart 2024, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis behalve de schadevergoedingsvordering, die wordt verlaagd en toegewezen tot €3.000,00.