ECLI:NL:GHAMS:2024:2263
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens intrekking bezwaren
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 28 mei 2024 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter te Amsterdam van 3 mei 2023. De verdachte, geboren in 1978, was in hoger beroep gegaan tegen dit vonnis. Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft de advocaat-generaal verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren.
Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte zijn eerdere bezwaren tegen het vonnis waarvan beroep heeft ingetrokken. Verder bleek er geen rechtens te respecteren belang meer te zijn dat een onderzoek van de zaak rechtvaardigt. Gezien het bepaalde in artikel 416 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters A.M.P. Geelhoed, M.J.A. Duker en D. Greven. Vanwege omstandigheden kon D. Greven het arrest niet medeondertekenen. De uitspraak werd uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van bezwaren en ontbreken van rechtens te respecteren belang.