ECLI:NL:GHAMS:2024:2313

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 augustus 2024
Publicatiedatum
21 augustus 2024
Zaaknummer
23-000428-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 SrArt. 422 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens overlijden verdachte

In deze strafzaak stond de verdachte terecht in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam. Tijdens het hoger beroep bleek uit officiële gegevens dat de verdachte op een recente datum in Amsterdam was overleden. Volgens artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvordering door het overlijden van de verdachte.

De advocaat-generaal vorderde daarom dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Het gerechtshof Amsterdam vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. Hiermee werd het strafproces beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de tenlastelegging.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 20 augustus 2024. De beslissing volgt strikt uit de wettelijke regel dat strafvordering vervalt bij overlijden van de verdachte, waardoor vervolging niet langer mogelijk is.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de verdachte.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000428-24
datum uitspraak: 20 augustus 2024
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 februari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-214327-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1994,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 augustus 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Blijkens een informatiestaat uit de SKDB-persoon van 19 augustus 2024 is de verdachte op [datum] 2024 in Amsterdam overleden. Ingevolge artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvordering door de dood van de verdachte. Hieruit volgt dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. R.P. den Otter en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Jansen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 augustus 2024.