ECLI:NL:GHAMS:2024:2317
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet ontvankelijk in hoger beroep wegens intrekking
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 25 november 2022. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep begon op 11 oktober 2023 en werd geschorst. Vervolgens ontving het hof op 22 mei 2024 een e-mail van de raadsvrouw waarin werd medegedeeld dat de verdachte haar hoger beroep wenst in te trekken. Deze intrekking werd bevestigd door de advocaat van de verdachte op 19 augustus 2024.
Gezien de intrekking van de bezwaren en het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang bij voortzetting van het hoger beroep, verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 20 augustus 2024, waarmee het hoger beroep van de verdachte werd beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.