ECLI:NL:GHAMS:2024:2352
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens bewijsuitsluiting door onrechtmatig binnentreden woning verdachte
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf wegens mishandeling van zijn vriendin. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken. De raadsvrouw voerde aan dat het binnentreden van de politie in de woning van de verdachte onrechtmatig was, wat een onherstelbaar vormverzuim opleverde en tot bewijsuitsluiting moest leiden.
Het hof onderzocht of het binnentreden rechtmatig was op grond van een noodsituatie zoals bedoeld in de Algemene wet op het binnentreden (Awbi). Het dossier bood onvoldoende informatie over de aard van de melding en de noodzaak tot terstond binnentreden. Er ontbrak een machtiging en toestemming van de verdachte, en er was geen schriftelijk verslag van de politie over de situatie voorafgaand aan het binnentreden.
Gelet op het belang van het huisrecht en het recht op privacy, oordeelde het hof dat het binnentreden onrechtmatig was en dat dit een ernstig vormverzuim opleverde. Hierdoor werd het proces-verbaal van bevindingen van de politie uitgesloten als bewijs. Zonder dit bewijs was er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om de verdachte te veroordelen, zodat het hof de verdachte vrijsprak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs na bewijsuitsluiting wegens onrechtmatig binnentreden.