Bij beschikking van 14 juni 2023 (hierna: de gedoogbeschikking) heeft de Minister, op grond van artikel 2, vijfde lid en artikel 4, zesde lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht (hierna: BP) besloten, in antwoord op een verzoek van Liander van 9 december 2022, dat:
I. aan [verzoeker] als rechthebbende op de onroerende zaken, kadastraal bekend gemeente [plaats 3] , sectie F, nummers [x] en [y] , de plicht wordt opgelegd tot het gedogen van de aanleg en instandhouding van een middenspanningsverbinding (10/20kV) en het gedogen van de instandhouding van twee bestaande middenspanningsverbindingen (10/20kV) (hierna: het werk), zoals aangegeven in de bijlage 3 bij deze beschikking aangehechte situatietekening, een en ander behoudens het recht van [verzoeker] op schadevergoeding;
II. met de uitvoering van het werk niet kan worden gewacht, totdat de in artikel 4, eerste lid, BP genoemde termijn is verstreken of op het in dat lid bedoelde verzoekschrift is beslist;
III. de gedoogplicht voor voornoemde percelen (onder I), voor zover die uitsluitend tijdelijk benodigd is voor werkwegen en/of werkterreinen, komt te vervallen nadat het werk is aangelegd;
IV. Liander zich bij de aanleg en instandhouding van het werk, dient te houden aan haar verzoek met de bijbehorende stukken, zoals dat ter inzage heeft gelegen en dat Liander indien in de planning en/of de uitvoering van de werkzaamheden een wijziging optreedt ten gevolge van onvoorziene omstandigheden, zo spoedig mogelijk met rechthebbenden hierover in contract zal treden.