ECLI:NL:GHAMS:2024:240

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
15 januari 2024
Publicatiedatum
30 januari 2024
Zaaknummer
23-000038-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in vier samengevoegde strafzaken. Verdachte heeft geen schriftelijke grieven ingediend en is niet verschenen tijdens de terechtzitting. Zijn raadsvrouw was niet gemachtigd om hem te vertegenwoordigen.

De advocaat-generaal verzocht het hof om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof concludeerde dat er geen rechtens te respecteren belang was bij het onderzoek van de zaak in hoger beroep.

Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 15 januari 2024.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken van grieven en niet verschijnen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000038-22
datum uitspraak: 15 januari 2024
VERSTEK (raadsvrouw niet gemachtigd)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 december 2021 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-338716-21 (zaak A), 13-048313-21 (zaak B), 13-067396-21 (zaak C) en 13-134656-21 (zaak D) tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1977,
adres: [adres01] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2024.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven, nu de verdachte niet ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen en zijn raadsvrouw daartoe niet is gemachtigd. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak.
Om die reden zal het hof, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. van Die, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. D.A.G. van Toor, in tegenwoordigheid van
mr. L.C. de Groot, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
15 januari 2024.
Mr. Van Toor is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.