ECLI:NL:GHAMS:2024:2446
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake executiegeschil verkoop woning na echtscheiding met toepasselijkheid Nederlands recht
Partijen zijn in 1998 in Argentinië gehuwd en in 2020 gescheiden door een Argentijnse rechtbank. Zij waren gezamenlijk eigenaar van een woning in Nederland waarop een hypothecaire lening rustte. Na de echtscheiding bleef de man in de woning wonen en betaalde hij de schulden.
De voorzieningenrechter in Nederland machtigde de man bij vonnis van 6 december 2022 tot verkoop van de woning en het te gelde maken van een levensverzekering, waarbij de verkoopopbrengst eerst diende ter aflossing van de huwelijkse schulden. De vrouw stelde zich op het standpunt dat de Nederlandse rechter niet bevoegd was en dat Argentijns recht van toepassing is, en stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat het Nederlandse recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime. De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen het deel van het vonnis dat de man machtigt tot verkoop, omdat zij niet tijdig het juiste rechtsmiddel heeft aangewend. De woning is inmiddels verkocht en geleverd aan derden, waardoor de vrouw geen belang meer heeft bij haar vordering tot schorsing van de executie.
Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis, wijst het hoger beroep af en veroordeelt de vrouw in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst het hoger beroep van de vrouw af wegens gebrek aan belang.