Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2024:2509

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
5 september 2024
Publicatiedatum
6 september 2024
Zaaknummer
23-000916-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 9a SrArt. 6 EVRMArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewezenverklaring openlijke geweldpleging door spuiten graffiti op elektriciteitskast

In deze strafzaak is verdachte in hoger beroep veroordeeld voor openlijke geweldpleging door het spuiten van graffiti op een elektriciteitskast in Hoorn. Het hof acht bewezen dat verdachte samen met een mededader op 16 augustus 2020 openlijk geweld heeft gepleegd tegen goederen door het gezamenlijk spuiten van verf op een schakelkast nabij het parkeerterrein van een zwembad.

De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was en dat de gedragingen niet onder openlijke geweldpleging vielen. Het hof verwierp deze verweren en baseerde zich op waarnemingen van een verbalisant en eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad. Voor andere beschuldigingen van graffiti op een andere schakelkast en een restaurantmuur was onvoldoende bewijs, waardoor verdachte daarvoor werd vrijgesproken.

Hoewel het bewezenverklaarde feit strafbaar is, besloot het hof geen straf op te leggen. Dit vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat verdachte in een gelijktijdig behandelde zaak langdurig in voorlopige hechtenis heeft gezeten, terwijl daar slechts een korte onvoorwaardelijke gevangenisstraf werd opgelegd. Tevens werden beslaggenomen spuitbussen teruggegeven en vorderingen van benadeelden tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard aan openlijke geweldpleging door graffiti op een elektriciteitskast, maar er wordt geen straf opgelegd vanwege overschrijding redelijke termijn en eerdere voorlopige hechtenis.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000916-21
datum uitspraak: 5 september 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 maart 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-315026-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [geboortedag].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
22 augustus 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte en het Openbaar Ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. De advocaat-generaal heeft op 18 augustus 2024 per e-mailbericht kenbaar gemaakt de grieven tegen het vonnis niet te handhaven.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman ter terechtzitting naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij meerdere malen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2019 tot en met 20 oktober 2020 te Hoorn, in elk geval in Nederland, (telkens) openlijk, te weten in Hoorn, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging (telkens) geweld heeft gepleegd tegen goederen, waaronder (niet limitatief), (openbare) gebouwen en/of elektriciteitskasten en/of muren en/of woningen en/of treinstellen en/of straatmeubilair en/of tunnels en/of verkeersborden, door met spuitbussen verf (graffiti) woorden en/of tekeningen en/of tags op de
voornoemde goederen te spuiten; terwijl hij, verdachte deze goederen opzettelijk heeft vernield.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring en beslissing over de strafoplegging komt dan de rechtbank.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft ter terechtzitting primair bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het spuiten van graffiti, omdat het dossier onvoldoende bewijs hiervoor bevat. Subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat hetgeen ten laste is gelegd niet onder het bereik van de strafbepaling van openlijke geweldpleging valt.
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van openlijk geweldpleging door het spuiten van graffiti voor zover het ziet op de schakelkast voor het parkeerterrein van zwembad “[zwembad]” en de muur van restaurant “[restaurant]”.
Het hof overweegt als volgt.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte samen met zijn mededader graffiti spoot op de schakelkast (elektriciteitskast) bij het spoor van de stoomtreinovergang, gelegen kort voor het parkeerterrein van zwembad “[zwembad]”. De verbalisant zag de verdachte en de mededader direct voorafgaand aan deze situatie samen bij een ander object staan. Zij zijn vervolgens samen weggelopen naar deze schakelkast bij de stoomtreinovergang, zijn beiden voor de schakelkast gestopt een hebben beiden gelijktijdig een spuitbus ter hand genomen en verf gespoten op de betrekkelijk kleine schakelkast. Door op deze wijze samen graffiti te spuiten op één object is er geen sprake van ieder voor zich maar van een gezamenlijk project. Dit duidt naar het hof op een gezamenlijke uitvoering.
Het spuiten met verf op een object (zoals een gebouw, container maar ook een schakelkast in de openbare ruimte) levert telkens geweld op in de zin van artikel 141 Wetboek Pro van Strafrecht (Sr). Het hof ziet ondersteuning voor dat oordeel in het arrest van de Hoge Raad van 26 januari 1999 (NJ 1999/311). Het hof acht dan ook bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen de schakelkast bij het spoor van de stoomtreinovergang (gelegen kort voor het parkeerterrein van zwembad “[zwembad]”).
Voor de vaststelling dat hij ook graffiti heeft gespoten op de schakelkast op de [adres] en op de muur van restaurant “[restaurant]”, dan wel daaraan een voldoende significante bijdrage heeft geleverd, is er onvoldoende bewijs. De verdachte wordt in zoverre dan ook vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 16 augustus 2020 te Hoorn, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen, te weten een elektriciteitskast, door met spuitbussen verf (graffiti) tags op de voornoemd goed te spuiten.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, waarvan 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Het hof overweegt als volgt.
De verdachte heeft zich op 16 augustus 2020 schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging door met verf met een ander ‘graffiti tags’ op een schakelkast (electriciteitskast) te spuiten. Dit is een hinderlijk en overlastgevend feit en voor het schoonmaken van deze graffiti moet de gemeente Hoorn kosten maken. In beginsel is een onvoorwaardelijke taakstraf voor een dergelijke feit passend.
In hoger beroep is de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) echter overschreden. Daar komt bij dat de verdachte in een gelijktijdig behandelde zaak (23-003392-22) langdurig in voorlopige hechtenis heeft verbleven terwijl in die zaak slechts een korte onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. Onder die omstandigheden acht het hof het niet langer passend om de verdachte in deze zaak een straf op te leggen, ook niet in geheel voorwaardelijke vorm. Het hof zal daarom toepassing geven aan het bepaalde in artikel 9a Sr.

Beslag

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven spuitbussen beslist tot teruggave aan de verdachte.
Het hof is van oordeel dat de in beslag genomen spuitbussen dienen te worden teruggegeven aan de verdachte, nu deze aan de verdachte toebehoren en deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich oorspronkelijk in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 500,00 materiële schade. Op de terechtzitting in eerste aanleg heeft de benadeelde partij zijn vordering verhoogd tot het bedrag van € 919,60. De benadeelde partij is in de vordering door de politierechter niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de vordering zoals deze op de zitting in eerste aanleg naar voren is gebracht.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard voor de feiten waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 13.700,00 wegens geleden materiële schade. De benadeelde partij is in de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard voor feiten waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 2.250,00 wegens geleden materiële schade. De benadeelde partij is in de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard voor feiten waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 290,00 wegens geleden materiële schade. De benadeelde partij is in de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard voor feiten waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 2.410,00 wegens geleden materiële schade. De benadeelde partij is in de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard voor feiten waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 120,00 wegens geleden materiële schade. De benadeelde partij is in de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard voor feiten waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten 9 spuitbussen:
- MTN 94;
- Motip Dupli;
- MTN Alien;
- Montana Gold;
- Montana Black;
- Kobra Paint;
- MTN Speed;
- MTN Speed;
- Duplicolor.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 6] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L. Leenaers, mr. R.P. den Otter en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. S.K. van Eck, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 september 2024.
=========================================================================
[…]