ECLI:NL:GHAMS:2024:2588
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking na aanvang zitting
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 november 2023. Verdachte had het hoger beroep ingesteld, maar vervolgens op 12 maart 2024 een akte ingediend waarin hij het hoger beroep introk. Omdat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op 23 januari 2024 was aangevangen, was intrekking niet meer mogelijk.
Het hof heeft overwogen dat geen rechtens te respecteren belang is gebleken dat een nader onderzoek zou rechtvaardigen. Gezien artikel 416 lid 2 Sv Pro werd verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. De advocaat-generaal was gehoord en stemde in met deze beslissing.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 10 april 2024. Eén van de rechters was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking na aanvang van de zitting.