ECLI:NL:GHAMS:2024:2635
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging doodslag wegens onvoldoende bewijs na terugwijzing Hoge Raad
De zaak betreft een poging doodslag op 1 oktober 2016 in een loods te Amsterdam, waarbij de aangever gewond raakte aan zijn rug. De verdachte en een medeverdachte werden ervan verdacht de aangever met een scherp voorwerp te hebben gestoken. De rechtbank sprak de verdachte vrij, maar het hof veroordeelde hem in hoger beroep tot 30 maanden gevangenisstraf. De Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak terug naar het hof.
Na hernieuwd onderzoek en een aanvullend NFI-rapport van 1 juni 2023 concludeert het hof dat zowel het scenario van de aangever als dat van de verdachte mogelijk is. Het letsel kan zijn veroorzaakt door een scherp voorwerp of door een val tegen steigeronderdelen. Er is geen doorslaggevend bewijs dat het letsel door de verdachte is toegebracht.
Daarom kan het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend worden bewezen. Het hof bevestigt de vrijspraak van de rechtbank en spreekt de verdachte vrij van poging doodslag. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 12 september 2024.
Uitkomst: De verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.