ECLI:NL:GHAMS:2024:2636
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging doodslag na terugwijzing Hoge Raad wegens onvoldoende bewijs
Op 1 oktober 2016 ontstond een ruzie in een loods in Amsterdam tussen verdachte, medeverdachte en aangever, waarbij de aangever gewond raakte aan zijn rug. De aangever verklaarde dat hij door de medeverdachte met een voorwerp was gestoken, terwijl verdachte en medeverdachte stelden dat het letsel was veroorzaakt door een val tegen een aanhanger met steigeronderdelen.
Een aanvullend NFI-rapport concludeerde dat het letsel kon zijn veroorzaakt door een hard, puntig of scherprandig voorwerp, maar dat beide scenario's mogelijk waren en niet doorslaggevend ondersteund werden door ander bewijs. Het sporenonderzoek kon niet uitsluiten dat scherpe uitsteeksels aanwezig waren aan de aanhanger.
Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs heeft het hof de verdachte vrijgesproken van poging tot doodslag. Dit arrest bevestigt het eerdere vonnis van de rechtbank Amsterdam, na terugwijzing door de Hoge Raad die het eerdere hofarrest vernietigde en de zaak terugzond voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging tot doodslag wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.