ECLI:NL:GHAMS:2024:28
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake zorgregeling, kinderalimentatie en gezag over minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake de zorgregeling en kinderalimentatie voor hun minderjarige kind geboren in 2018. De ouders oefenden gezamenlijk gezag uit en hadden een zorgregeling waarbij het kind om de twee weken in het weekend bij de vader verbleef.
Tijdens het hoger beroep heeft de moeder haar verzoek uitgebreid met een verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, maar dit verzoek werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend en onvoldoende gemotiveerd was volgens de relevante wettelijke criteria.
Het hof oordeelde dat de vader zich niet meer in staat voelde om regelmatig contact met het kind te onderhouden vanwege stress, waardoor het in het belang van het kind was om geen zorgregeling meer toe te passen. Tevens werd de kinderalimentatie per 1 december 2023 op nihil gesteld, omdat de vader vanaf die datum geen draagkracht meer heeft.
De bestreden beschikking werd vernietigd voor zover het de zorgregeling en kinderalimentatie vanaf 1 december 2023 betreft. De moeder werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot wijziging van het gezag. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2024.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging gezag niet-ontvankelijk; zorgregeling beëindigd; kinderalimentatie vanaf 1 december 2023 op nihil gesteld.