ECLI:NL:GHAMS:2024:2804
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens niet-handhaven vordering
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in meerdere strafzaken. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 28 juni 2024 heeft de advocaat van de verdachte per e-mail aangegeven dat de verdachte het hoger beroep niet langer wenst te handhaven. Omdat het onderzoek ter terechtzitting reeds op 1 oktober 2021 was aangevangen, was intrekking van het hoger beroep niet meer mogelijk.
Het hof heeft vervolgens overwogen dat, gelet op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, en het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang bij voortzetting van het hoger beroep, de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 28 juni 2024. Eén van de rechters was verhinderd het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet-handhaving van het hoger beroep.