Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het procesverloop in hoger beroep
2.De vorderingen in hoger beroep
in principaal appelgeconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet zulks toelaat, de vorderingen van de vrouw in conventie alsnog zal afwijzen, en de vorderingen van de man in reconventie alsnog zal toewijzen, met veroordeling van de vrouw in de kosten van beide instanties.
in incidenteel appelgevorderd dat het hof haar vorderingen in eerste aanleg onder I., II., III., V. en VI. alsnog zal toewijzen met veroordeling van de man in de kosten van beide instanties, en waarbij de vorderingen van de vrouw ertoe strekken dat het hof bij arrest:
3.Feiten
4.Beoordeling
grief 1 in principaal appelstelt de man dat de rechtbank ten onrechte heeft bepaald dat de vrouw recht heeft op een gebruiksvergoeding over de periode medio oktober 2016 tot en met 15 december 2020.
Grief 2 in principaal appelricht zich tegen de hoogte van de bepaalde gebruiksvergoeding en de verrekeningsbevoegdheid van de vrouw van haar vordering uit hoofde van de gebruiksvergoeding met de vordering die de man heeft op de vrouw uit hoofde van het feit dat bij toedeling van de woning aan de man op 11 maart 2015 de waarde van de woning lager was dan de op de woning rustende hypothecaire geldlening waardoor de woning “onder water stond” en de vrouw op grond van onderbedeling van de man de helft van de onderwaarde aan de man diende te vergoeden. In
grief 1 in incidenteel appelstelt de vrouw dat de rechtbank ten onrechte heeft beslist dat de peildatum voor de waardering van de woning niet op een later moment kan worden vastgesteld dan 11 maart 2015 en heeft de rechtbank dientengevolge ten onrechte de (primaire) vordering van de vrouw tot betaling van haar aandeel in de overwaarde, afgewezen. In
grief 2 in incidenteel appelstelt de vrouw dat de rechtbank ten onrechte de vordering van de vrouw inzake de helft van de overwaarde van de woning op 15 december 2020 niet heeft verrekend met de onderbedelingsvordering van de man op de vrouw.
“Memorie van Grieven, tevens Aanvulling eis in reconventie in hoger beroep”. Hoewel de benaming van dit processtuk niet algemeen gebruikelijk is en hierdoor kennelijk bij de vrouw verwarring is ontstaan, is duidelijk dat de man heeft bedoeld zijn vordering in hoger beroep te vermeerderen ten opzichte van zijn eis in eerste aanleg, hetgeen is toegestaan op grond van artikel 130 jo Pro 353 lid 1 Rv en dat het niet de bedoeling van de man is geweest in hoger beroep een eis in reconventie in te stellen.