ECLI:NL:GHAMS:2024:2960
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking
De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter van 29 januari 2024. Tijdens de procedure in hoger beroep op 16 augustus 2024 heeft de raadsman van de verdachte een e-mail gestuurd waarin werd aangegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven. Een formele intrekking van het hoger beroep was niet meer mogelijk omdat de zitting al op 21 mei 2024 was begonnen.
Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wil handhaven en verzocht om niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep. Gezien het ontbreken van een rechtens te respecteren belang bij verder onderzoek, heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De beslissing werd genomen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij één van de rechters niet kon ondertekenen. Het arrest werd uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 augustus 2024.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking na aanvang van de zitting.