In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter van 23 april 2024 bevestigd, behalve ten aanzien van de strafoplegging, die is gematigd. De verdachte werd veroordeeld voor mishandeling, bedreiging, verduistering, huisvredebreuk, vernieling, diefstal en het herhaaldelijk overtreden van gedragsaanwijzingen, gericht tegen zijn ex-vrouw, ex-vriendin en moeder.
Het hof heeft rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoonlijke situatie van de verdachte. Uit het reclasseringsrapport bleek dat er zorgen zijn over de verdachte, maar ook dat er sprake is van een lichte verbetering in zijn situatie. Gezien zijn zorgwekkende voorgeschiedenis en de noodzaak om recidive te voorkomen, heeft het hof een gevangenisstraf van vier maanden opgelegd, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Daarnaast zijn bijzondere voorwaarden gesteld, waaronder een contactverbod met twee specifieke personen. De reclassering is belast met het toezicht op de naleving van deze voorwaarden. De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf. Het hof bevestigt het vonnis voor het overige en vernietigt alleen de strafoplegging om deze aan te passen.