ECLI:NL:GHAMS:2024:3190
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en zorgregeling bij ongeoorloofde verhuizing minderjarige naar Frankrijk
In deze zaak staat de ongeoorloofde verhuizing van een minderjarige dochter door de moeder naar Frankrijk centraal, zonder toestemming van de vader of rechter. Vader startte een kort geding en bodemprocedure om terugkeer en toevertrouwing van de dochter aan hem te bewerkstelligen. De Franse rechter beval de onmiddellijke terugkeer van de dochter naar Nederland.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd blijft op grond van Brussel II-ter, omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarige op het moment van aanhangigmaking in Nederland was. De vader trok enkele vorderingen in, waaronder onmiddellijke terugkeer en verbod op verhuizing, omdat deze reeds door de Franse rechter waren behandeld of wettelijk geregeld.
De relatie tussen vader en dochter is gespannen; contact is sinds juni 2023 vrijwel verbroken. Het hof acht het prematuur om de dochter nu aan vader toe te vertrouwen of moeder te veroordelen tot medewerking aan de zorgregeling, gezien de situatie en het advies van de Raad. Wel wordt moeder veroordeeld tot betaling van een dwangsom indien zij zonder toestemming met de dochter naar het buitenland op vakantie gaat na terugkeer naar Nederland.
De overige vorderingen van vader worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd. Het arrest bevestigt het vonnis van de voorzieningenrechter, met uitzondering van de dwangsom die nu wordt toegewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de Nederlandse bevoegdheid, wijst de meeste vorderingen af, maar veroordeelt moeder tot betaling van een dwangsom bij ongeoorloofde buitenlandse vakanties na terugkeer van de dochter.