ECLI:NL:GHAMS:2024:3226
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoger beroep jeugdige verdachte voor medeplegen zakkenrollerij in vereniging
In deze zaak stond een jeugdige verdachte terecht voor diefstal in vereniging, waarbij hij werd beschuldigd van medeplegen van zakkenrollerij. Het hoger beroep was ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter van 27 februari 2024. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 7 november 2024 werd het standpunt van de verdediging besproken dat de verdachte geen nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte had gehad.
Het hof heeft het bewijs opnieuw gewogen, waaronder aangifte, proces-verbaal en bewegende beelden. Uit de feiten bleek dat de verdachte en de medeverdachte gezamenlijk optraden: de verdachte leidde de aandacht van het slachtoffer af door interactie met diens vrienden, terwijl de medeverdachte de telefoon stal. Het hof concludeerde dat deze gedragingen voldoende duiden op nauwe en bewuste samenwerking, wat medeplegen bevestigt.
Daarom verwierp het hof het verweer van de verdediging en bevestigde het het vonnis van de kinderrechter. De strafrechtelijke veroordeling blijft daarmee in stand, waarbij het hof het vonnis aanvulde met een gedetailleerde bewijsoverweging. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 21 november 2024.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en oordeelt dat de verdachte medepleger is van diefstal in vereniging.