In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter in de strafzaak tegen verdachte bevestigd, met uitzondering van de opgelegde straf. De politierechter had een taakstraf van 60 uren opgelegd, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan een deel voorwaardelijk. Het hof vernietigde dit deel van het vonnis en legde een onvoorwaardelijke taakstraf van 28 uren op, subsidiair 14 dagen hechtenis.
De verdachte werd veroordeeld voor mishandeling van het slachtoffer door slaan en stompen, waarbij het slachtoffer een bult op het hoofd opliep. Het feit vond plaats in de woning van het slachtoffer, waardoor het hof het ernstig achtte dat de lichamelijke integriteit en het veiligheidsgevoel van het slachtoffer werden geschonden. Dit woog mee in de strafoplegging.
Het hof zag geen aanleiding voor een voorwaardelijk strafdeel, anders dan de politierechter. De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht. Het vonnis is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 19 januari 2024.