Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlasteleggingen
Vonnis waarvan beroep
Overwegingen
tussende dag waarop de dagvaarding aan de verdachte is betekend en de dag ter terechtzitting. Uit artikel 130 Sv Pro volgt dat daaronder vrije dagen wordt verstaan.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd op 4 mei 2023 bij verstek veroordeeld door de politierechter tot een geldboete van € 800, waarvan € 400 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Het hof stelde vast dat de dagvaarding op 1 mei 2023 aan het Openbaar Ministerie was betekend, terwijl de zitting op 4 mei 2023 plaatsvond, waardoor niet voldaan werd aan de wettelijke termijn van ten minste drie dagen tussen dagvaarding en zitting.
Hierdoor was de oproeping niet juist en had de politierechter het onderzoek moeten schorsen in plaats van zonder aanwezigheid van de verdachte de zaak te behandelen. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek en het vonnis van de politierechter.
De verdediging verzocht om terugwijzing naar de rechtbank, hetgeen het hof toewijst. Het hof vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe behandeling met inachtneming van de wettelijke termijnen.
Er is geen aanleiding om de zaak aan een andere rechtbank toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 5 januari 2024.
Uitkomst: Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd wegens niet-naleving van de dagvaardingstermijn en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Amsterdam.