Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2024:328

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
5 januari 2024
Publicatiedatum
15 februari 2024
Zaaknummer
23-001492-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 370 SvArt. 265 SvArt. 130 SvArt. 422a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vonnis politierechter wegens niet-naleving dagvaardingstermijn en terugwijzing zaak

De verdachte werd op 4 mei 2023 bij verstek veroordeeld door de politierechter tot een geldboete van € 800, waarvan € 400 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Het hof stelde vast dat de dagvaarding op 1 mei 2023 aan het Openbaar Ministerie was betekend, terwijl de zitting op 4 mei 2023 plaatsvond, waardoor niet voldaan werd aan de wettelijke termijn van ten minste drie dagen tussen dagvaarding en zitting.

Hierdoor was de oproeping niet juist en had de politierechter het onderzoek moeten schorsen in plaats van zonder aanwezigheid van de verdachte de zaak te behandelen. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek en het vonnis van de politierechter.

De verdediging verzocht om terugwijzing naar de rechtbank, hetgeen het hof toewijst. Het hof vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe behandeling met inachtneming van de wettelijke termijnen.

Er is geen aanleiding om de zaak aan een andere rechtbank toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 5 januari 2024.

Uitkomst: Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd wegens niet-naleving van de dagvaardingstermijn en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Amsterdam.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001492-23
datum uitspraak: 5 januari 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 mei 2023 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-022723-22 (zaak A), 13-044444-22 (zaak B) en 13-045193-22 (zaak C) tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1985,
adres: [adres01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 januari 2024.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 21 maart 2022, tenlastegelegd dat:
in zaak A:
hij op of omstreeks 26 januari 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, in de woning, het besloten lokaal en/of het besloten erf, sportschool [sportschool01] , bij een ander, te weten bij [sportschool01] (locatie [adres02] ), althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen en/of heeft vertoefd en/of wederrechtelijk aldaar vertoevende zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd;
in zaak B:
hij op of omstreeks 22 februari 2022 te Amsterdam in het besloten lokaal bij [sportschool01] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk aldaar vertoevende zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd;
in zaak C:
hij op of omstreeks 21 februari 2022 te Amsterdam in het besloten lokaal bij [sportschool01] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk aldaar vertoevende zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat de politierechter ten onrechte in de zaak heeft beslist.

Overwegingen

De verdachte is op 4 mei 2023 door de politierechter bij verstek veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 800,00, te vervangen door 16 dagen hechtenis indien deze taakstraf niet naar behoren wordt uitgevoerd, waarvan € 400,00 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De vraag die in onderhavige zaak voorligt, is of de politierechter op goede gronden in de zaak heeft beslist.
De dagvaarding is op 1 mei 2023 aan het Openbaar Ministerie uitgereikt, met daarbij een Informatiestaat SKDB-persoon van 1 mei 2023, waaruit volgt dat de verdachte nog steeds op hetzelfde adres stond ingeschreven.
Artikel 370, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) bepaalt dat de termijn van dagvaarding voor een zitting bij de politierechter ten minste drie dagen is. Dit artikel dient in onderlinge samenhang te worden bezien met artikel 265, eerste lid, Sv. In dit artikel is nadrukkelijk bepaald dat het gaat om dagen
tussende dag waarop de dagvaarding aan de verdachte is betekend en de dag ter terechtzitting. Uit artikel 130 Sv Pro volgt dat daaronder vrije dagen wordt verstaan.
Nu de oproeping op 1 mei 2023 aan het Openbaar Ministerie is betekend, terwijl de zitting op 4 mei 2023 plaatsvond, constateert het hof dat er geen drie, maar twee dagen tussen de dag van de betekening en de dag van de zitting zijn verlopen. Nu de dagvaardingstermijn niet in acht is genomen, is de oproeping voor de zitting van 4 mei 2023 niet juist geweest. Op grond van artikel 265, derde lid, Sv had de politierechter als gevolg hiervan het onderzoek moeten schorsen. De politierechter had dan ook niet zonder meer buiten de aanwezigheid van de verdachte om, aan de behandeling van de zaak mogen toekomen. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak.
De verdediging heeft uitdrukkelijk om terugwijzing naar de rechtbank verzocht. Het hof zal het vonnis waarvan beroep daarom, op grond van het hier bij analogie toegepaste artikel 422a, tweede jo. eerste lid, Sv, vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank Amsterdam.
Het hof ziet geen aanleiding de zaak te verwijzen naar een andere rechtbank dan de rechtbank Amsterdam. Redenen daarvoor zijn niet gebleken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigthet vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Amsterdam, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. E. Mijnsberge en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 januari 2024.