ECLI:NL:GHAMS:2024:332
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens uitgezeten straf
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 31 januari 2024 uitspraak gedaan over het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 september 2023. Het hoger beroep betrof meerdere strafzaken die aan elkaar waren gevoegd. Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat de voorlopige hechtenis van verdachte op 4 december 2023 zou eindigen, omdat de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf inmiddels volledig was uitgezeten.
De raadsman van verdachte heeft namens hem verzocht om niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, omdat verdachte geen belang meer had bij het hoger beroep. Het hof heeft dit verzoek gevolgd, aangezien ook geen ander rechtens te respecteren belang bleek te bestaan bij voortzetting van het hoger beroep.
Daarop heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, met aanwezigheid van drie rechters en de griffier. Twee rechters waren buiten staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep omdat de opgelegde straf volledig is uitgezeten.