Op 7 december 2021 heeft de verdachte te Schiphol een blik bier gestolen uit een winkel. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week. De verdachte stelde in hoger beroep dat sprake was van een onherstelbaar vormverzuim vanwege een onrechtmatige fouillering, maar dit verweer werd verworpen omdat niet aan de vereisten van artikel 359a, tweede lid, Sv was voldaan.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het blik bier met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen. De ernst van het feit werd afgewogen tegen de geringe waarde van het gestolen goed en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn eerdere veroordelingen en lopende ISD-maatregel.
Het hof stelde de straf vast op twee dagen gevangenisstraf, gelijk aan het voorarrest dat de verdachte al had ondergaan, en vernietigde het vonnis van de politierechter. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.