ECLI:NL:GHAMS:2024:3355
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte witwassen wegens onvoldoende bewijs herkomst geld
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is verdachte verdacht van het witwassen van een geldbedrag van ongeveer €42.345,00 in de periode van januari 2016 tot juli 2018. Tijdens een huiszoeking werd in de woning van verdachte een totaalbedrag van €97.250,00 aangetroffen, verdeeld over elf enveloppen. Zowel verdachte als medeverdachte verklaarden dat €30.000 van het bedrag aan verdachte toebehoorde.
De advocaat-generaal vorderde bewezenverklaring voor het witwassen van €30.000,00, stellende dat dit bedrag geen legale herkomst kon hebben gezien de kasstromen van verdachte. De verdediging stelde dat het bedrag spaargeld van verdachte betrof en dat er geen wettig en overtuigend bewijs was.
Het hof oordeelde dat de verklaring van verdachte over de herkomst en vindplaats van het geld ongeloofwaardig was. De verklaringen over de locatie en het aantal enveloppen kwamen niet overeen met de politieconstatering. Hierdoor kon niet bewezen worden dat het geld aan verdachte toebehoorde. Het hof sprak verdachte vrij van witwassen.
Ten aanzien van het beslag op drie enveloppen met elk €10.000 werd besloten dat deze voorwerpen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende, omdat niet vaststaat wie de rechthebbende is. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs dat het geldbedrag aan haar toebehoorde.