Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 februari 2024. De verdachte werd veroordeeld voor verkeersovertredingen en het hof vernietigde het vonnis uitsluitend ten aanzien van de opgelegde straf.
Het hof legde een taakstraf van 80 uur op, gecombineerd met een voorwaardelijke hechtenis van 40 dagen met een proeftijd van één jaar. Tevens werd de verdachte voorwaardelijk ontzegd de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor een periode van 8 maanden met een proeftijd van één jaar. De taakstraf en ontzegging zullen niet ten uitvoer worden gelegd, tenzij de verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit schuldig maakt.
De overige onderdelen van het vonnis van de politierechter werden bevestigd. Zowel de verdachte als de advocaat-generaal deden afstand van het recht om in cassatie te gaan, waarmee de uitspraak definitief is geworden.