ECLI:NL:GHAMS:2024:3645

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
5 september 2024
Publicatiedatum
17 januari 2025
Zaaknummer
23-001564-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:1 lid 2 Algemene DouanewetArt. 139 Verordening (EU) 952/2013Art. 23 Wetboek van StrafrechtArt. 24 Wetboek van StrafrechtArt. 24c Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor niet aangeven van goederen bij douane op Schiphol

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het niet aangeven van een Apple iPhone 8 en een Apple MacBook bij de douane op Schiphol, in strijd met artikel 139 van Pro Verordening (EU) 952/2013. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof heeft het openbaar ministerie ontvankelijk verklaard, ondanks het verweer dat niet aan de aanmeldingscriteria van het Protocol AAFD was voldaan.

Het hof stelde vast dat de verdachte via het groene kanaal de aankomsthal verliet zonder de goederen aan te geven, wat wettig en overtuigend bewezen werd aan de hand van het relaas van overdracht en de verklaring van de verdachte zelf. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €250,00, subsidiair vijf dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar.

Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en de fiscale strafbeschikking en deed opnieuw recht. De straf is opgelegd gelet op de ernst van het feit, de opzettelijke ontduiking van de aangifteplicht en het ontbreken van eerdere veroordelingen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €250,00 subsidiair vijf dagen hechtenis voorwaardelijk wegens het niet aangeven van goederen bij de douane.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001564-22
datum uitspraak: 5 september 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 april 2022 in de strafzaak onder parketnummer
96-236770-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1984;
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
22 augustus 2024.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 16 februari 2020 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, een of meer goederen, te weten:
- mobiele telefoon, zijnde een Apple iPhone 8 (met serienummer [nummer 1]) en
- ( draagbare) computers zoals desktop, taptop, IPAD of tablet, zijnde een Apple MacBook (met serienummer [nummer 2])
in strijd met artkel 139 van de Verordening (EU) nummer 952/2013 van het Europese Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 09 oktober 2013 niet heeft aangebracht bij de inspecteur, zulks terwijl hij, verdachte, het feit heeft begaan (al dan niet) met het oogmerk om de rechten bij invoer die ter zake van genoemde goederen waren verschuldigd, te ontduiken en/of de ontduiking daarvan te bevorderen.

Verweren

De raadsvrouw van de verdachte heeft gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte. Zij heeft daartoe aangevoerd dat strafrechtelijke vervolging slechts is aangewezen indien voldaan is aan de aanmeldingscriteria van het Protocol Aanmelding en afdoening fiscale delicten en delicten op het gebied van douane en toeslagen (hierna Protocol AAFD). Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Het openbaar ministerie heeft in strijd met het vertrouwensbeginsel gehandeld door de verdachte voor overtreding van de Douanewet te vervolgen.
Het hof verwerpt dit verweer en overweegt als volgt. De verdachte heeft naar aanleiding van een controle op Schiphol van de Douane een fiscale strafbeschikking ontvangen, uitgevaardigd onder FSB-nummer 2020-0213-02171/01, ter hoogte van € 250,00 voor het niet aanbrengen van goederen bij de inspecteur. Door het instellen van verzet tegen deze fiscale strafbeschikking is het de verdachte die het strafrechtelijke traject heeft geïnitieerd. Het openbaar ministerie is derhalve ontvankelijk in de strafvervolging van onderhavig strafbaar feit.
Door de raadsvrouw is voorts één en ander naar voren gebracht over de omstandigheid dat er, volgens de aantekening van het mondeling vonnis, niet door de
economischepolitierechter vonnis is gewezen. Nu aan die omstandigheid geen gevolg is verbonden – de raadsvrouw heeft uitdrukkelijk bepleit de zaak niet terug te wijzen – zal het hof hier niet op ingaan.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte de goederen tijdig heeft aangegeven en aldus vrijgesproken dient te worden. De advocaat-generaal heeft ook tot vrijspraak gerekwireerd.
Anders dan de verdediging en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de verdachte de goederen niet heeft aangegeven. Het hof stelt op grond van het proces-verbaal van de Douane vast dat de verdachte via het groene kanaal de aankomsthal verliet. Het hof doet deze vaststelling op basis van het proces-verbaal aangeduid als ‘relaas van overdracht van Boa aan niet Boa’, en het feit van algemene bekendheid dat de controle door de Douane plaatsvindt (net) na het passeren van de ‘rode’ en ‘groene’ doorgangen. Daarbij doet niet af dat in het proces-verbaal is vermeld dat de verdachte de aankomsthal ‘wilde verlaten’, omdat daarmee – gelet op het feit van algemene bekendheid – niet anders kan zijn bedoeld dan dat de verdachte voornemens was om vanuit de bagagehal door te lopen naar het volgende deel van het vliegveld.
Op grond van deze vaststellingen en de verklaring van de verdachte komt het hof tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

Bewijsmiddelen

1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 22 augustus 2024.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik wist dat ik de goederen moest aangeven.

2. Een geschrift, zijnde een relaas van overdracht niet Boa aan Boa van 16 februari 2020 [pagina 15].

Dit geschrift houdt in, als mededeling van de Ambtenaar van de Belastingdienst:
Op 16 februari 2020 te Luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer zag ik dat een persoon het groene kanaal voor Reclaim 2 wilde verlaten. Op mijn vraag of de persoon in de Verenigde Staten iets gekocht had antwoordde hij dat hij een laptop en een mobiele telefoon gekocht had. Bij de daarop volgende controle werden de volgende goederen door mij bevonden:
-1- mobiele telefoon Apple iPhone s/n [nummer 1]
-1- laptop Apple MacBook Model s/n [nummer 2]

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 16 februari 2020 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, goederen, te weten:
- mobiele telefoon, zijnde een Apple iPhone 8 (met serienummer [nummer 1]) en
- een laptop, zijnde een Apple MacBook (met serienummer [nummer 2])
in strijd met artikel 139 van Pro de Verordening (EU) nummer 952/2013 van het Europese Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 09 oktober 2013 niet heeft aangebracht bij de inspecteur.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10:1 lid 2 van Pro de Algemene Douanewet.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,00 subsidiair vijf dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft opzettelijk geen aangifte gedaan bij de douane van de goederen die hij in de Verenigde Staten van Amerika heeft gekocht. Door aldus te handelen heeft de verdachte opzettelijk niet voldaan aan zijn aangifteplicht en de controle door de Douaneautoriteiten op de invoer van goederen ontdoken.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 5 augustus 2024 is hij niet eerder strafrechtelijk veroordeeld.
Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en artikel 10:1 van Pro de Algemene douanewet.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Vernietigt de strafbeschikking van 2 maart 2020 onder CJIB nummer [nummer 3].
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 250,00 (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
5 (vijf) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Lolkema, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. D.A.G. van Toor, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Pattinama, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 september 2024.
De voorzitter en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]