Op 18 december 2020 heeft de verdachte te Alkmaar zijn levensgezel mishandeld door haar aan haar haren te trekken en op haar rug te slaan en te stompen. De politierechter veroordeelde hem hiervoor tot een taakstraf van veertig uren, waarvan twintig uren voorwaardelijk.
De verdachte ging in hoger beroep tegen dit vonnis. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd omdat het slechts een aantekening was ingevolge artikel 378a Sv. Na beoordeling van het bewijs, waaronder de verklaring van het slachtoffer en waarnemingen van verbalisanten, acht het hof bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.
Het hof constateert dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en dat hij en het slachtoffer nog steeds samen zijn en samen voor drie kinderen zorgen. De verdachte heeft verklaard beter met zijn emoties om te kunnen gaan en relatietherapie te hebben gevolgd. Gezien deze positieve ontwikkelingen legt het hof een voorwaardelijke taakstraf op om de ernst van het delict te benadrukken en als stok achter de deur.