ECLI:NL:GHAMS:2024:3650

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 oktober 2024
Publicatiedatum
17 januari 2025
Zaaknummer
23-002456-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep vernieling door bespuiten en dichtschroeven van raam buurman

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan vernieling door het raam van zijn buurman met witte verf te bespuiten en dicht te schroeven. De verdachte had een langdurig conflict met de buurman en veroorzaakte hierdoor zowel overlast als financiële schade.

Het hof heeft de bewijsmiddelen aangevuld met de verklaring van de verdachte, waarin hij toegaf de ramen te hebben bespoten en dichtgeschroefd. De politierechter had een taakstraf van zestig uur opgelegd, subsidiair dertig dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De advocaat-generaal steunde deze straf, maar de raadsman verzocht om een geldboete.

Gezien de fysieke gezondheid van de verdachte die uitvoering van een taakstraf belemmert en de financiële situatie die een geldboete ongeschikt maakt, heeft het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week opgelegd. Deze straf is bedoeld als een stevige waarschuwing om herhaling te voorkomen. De gevangenisstraf wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij de verdachte binnen twee jaar opnieuw een strafbaar feit pleegt.

Het hof baseert zijn beslissing op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoonlijke situatie van de verdachte. De overige onderdelen van het vonnis van de politierechter blijven ongewijzigd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002456-22
datum uitspraak: 10 oktober 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 13 september 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-112609-22 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1952,
adres: [adres 1];
bekend adres in het buitenland: [adres 2].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 september 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met uitzondering
van de door de rechtbank opgelegde straf en met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen aanvult.

Aanvulling van de bewijsmiddelen

Het hof vult de bewijsmiddelen zoals gebezigd door de rechtbank met het volgende aan:
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 26 september 2024.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik heb witte verf op de ramen gespoten. Ik heb toen ook de ramen dicht geschroefd.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis, waarvan veertig uren, subsidiair twintig dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter opgelegd.
De raadsman heeft in het kader van strafoplegging verzocht de verdachte een geldboete op te leggen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling door het raam van zijn buurman – met wie de verdachte al langere tijd een conflict had – met verf te bespuiten en dicht te schroeven. Hiermee heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendom van een ander en de benadeelde overlast en (financiële) schade berokkend.
Ter terechtzitting is gebleken dat de fysieke gezondheid van de verdachte hem belemmert om een taakstraf uit te voeren. Ook een geldboete is, gelet op de financiële situatie van de verdachte, geen passende straf. Gelet op de ernst en de achtergrond van het feit dient aan de verdachte echter een stevige waarschuwing te worden gegeven zodat de verdachte in de toekomst niet nogmaals in de fout gaat. Mede vanwege het lange tijdsverloop sinds het feit en de toepasselijkheid van artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht zal het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte opleggen.
Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 63 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) week.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. van der Heijden en mr. C.J. van der Wilt en mr. A.M.A. Keulen, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 oktober 2024.
mr. C.J. van der Wilt, is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
mr. A.M.A. Keulen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]