In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan vernieling door het raam van zijn buurman met witte verf te bespuiten en dicht te schroeven. De verdachte had een langdurig conflict met de buurman en veroorzaakte hierdoor zowel overlast als financiële schade.
Het hof heeft de bewijsmiddelen aangevuld met de verklaring van de verdachte, waarin hij toegaf de ramen te hebben bespoten en dichtgeschroefd. De politierechter had een taakstraf van zestig uur opgelegd, subsidiair dertig dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De advocaat-generaal steunde deze straf, maar de raadsman verzocht om een geldboete.
Gezien de fysieke gezondheid van de verdachte die uitvoering van een taakstraf belemmert en de financiële situatie die een geldboete ongeschikt maakt, heeft het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week opgelegd. Deze straf is bedoeld als een stevige waarschuwing om herhaling te voorkomen. De gevangenisstraf wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij de verdachte binnen twee jaar opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Het hof baseert zijn beslissing op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoonlijke situatie van de verdachte. De overige onderdelen van het vonnis van de politierechter blijven ongewijzigd.