Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2024:3667

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 augustus 2024
Publicatiedatum
24 januari 2025
Zaaknummer
15-023883-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging voorlopige hechtenis verdachte wegens grootschalige drugshandel

Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland afgewezen waarin het bevel tot voorlopige hechtenis werd bevestigd. De verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij grootschalige invoer en handel in cocaïne.

De rechtbank en het hof baseren hun oordeel op ernstige bezwaren, waaronder telefonische contacten tussen verdachte en een medeverdachte die werkzaam is bij het bedrijf waar drugs werden aangetroffen. De verdachte kon geen duidelijke verklaring geven voor zijn aanwezigheid in de loods waar de drugs werden gevonden.

Het hof benadrukt de maatschappelijke ontwrichtende werking van de drugshandel en het risico dat de verdachte bij vrijlating opnieuw in de drugshandel zal participeren. Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen omdat er geen zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden zijn die dit rechtvaardigen. De beslissing is genomen in raadkamer op 21 augustus 2024.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af en bevestigt de gevangenhouding van verdachte.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM,
RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1962,
adres: [adres],
thans verblijvende in [detentieadres],
tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 24 juli 2024, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 25 juli 2024, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. R.A. van der Horst.
Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsman namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.
Het hof verwijst ten aanzien van de ernstige bezwaren en gronden naar de motivering van de rechtbank van 24 juli 2024 en neemt deze over. De verdachte heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat hij op 21 mei 2023 in de loods is geweest, waar ook anderen bij waren. De verdachte heeft geen duidelijke uitleg gegeven over de reden voor zijn aanwezigheid.
In aanvulling op de motivering van de rechtbank wijst het hof op telefonische contacten die er zijn geweest tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] (werknemer [bedrijf], het bedrijf waar de bloemendoos met cocaïne is aangetroffen).
Het hof merkt over de gronden nog het volgende op.
Algemeen bekend is dat de verspreiding van drugs tot gevaren voor de volksgezondheid leidt. De maatschappij ontwrichtende werking van de handel in drugs, de daarmee gepaard gaande andere vormen van criminaliteit, en de winsten die daarmee op grote schaal worden gemaakt, zijn bovendien zaken die in het huidige tijdsgewricht bij herhaling in de media aan de orde worden gesteld. De ervaring leert dan ook dat de vrijlating van personen die verdacht worden van de georganiseerde invoer van verdovende middelen tot onbegrip en verontwaardiging bij het publiek leidt. Daarmee is de geschokte rechtsorde gegeven.
De hoeveelheid aangetroffen middelen wijst op professionele en grootschalige handel. Gelet op deze omstandigheid is het hof van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zich bij vrijlating opnieuw daarmee bezig zal houden.
Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing overweegt het hof dat er sprake is van ernstige bezwaren ter zake van zeer ernstige feiten en een ernstig geschokte rechtsorde (feit 1). Onder die omstandigheden kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen. Hetgeen daarvoor is aangevoerd weegt onvoldoende zwaar.

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 21 augustus 2024 in raadkamer van dit hof door
mr. M.M.H.P. Houben, voorzitter,
mrs. M.J.A. Duker en A. Dantuma-Hieronymus, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.P.M. Veerman als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 21 augustus 2024,
de advocaat-generaal