In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 23 maart 2022 vernietigd. De betrokkene was onherroepelijk veroordeeld voor handel in cocaïne, MDMA en GHB over een periode van ruim vier jaar. De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op €300.000,00 en de betrokkene tot betaling daarvan veroordeeld.
In hoger beroep heeft het hof een eigen schatting gemaakt op basis van een transactieberekening. Hierbij is rekening gehouden met een periode van vier jaar, een gemiddelde verkoop van veertig wikkels cocaïne per dag en een winst van €5,00 per wikkel. Kosten zoals autokosten, beltegoed en telefoons zijn in mindering gebracht, maar kosten voor huisvesting en uitgaven aan derden zijn niet afgetrokken omdat deze niet als bedrijfskosten gelden.
Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €267.760,00 en legt een betalingsverplichting van €265.000,00 op aan de betrokkene. Tevens is een korting toegepast wegens een overschrijding van de redelijke termijn van zeven maanden in hoger beroep. De betrokkene is veroordeeld tot ontneming van dit bedrag en het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 7 november 2024.