Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 10 juli 2023, waarin verdachte werd veroordeeld voor sociale zekerheidsfraude. De verdachte had bijna vier jaar lang opzettelijk nagelaten de uitkeringsinstantie te informeren over inkomsten uit werk van haarzelf en partner, waardoor zij de gemeenschap financieel benadeelde.
Het hof bevestigde de bewezenverklaring van het feit, maar vernietigde de opgelegde straf. Gezien de ernst van het feit was een forse taakstraf passend, maar vanwege de ernstige ziekte van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn matigde het hof de straf tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 160 uren met een proeftijd van drie jaar.
De redelijke termijn was overschreden met ruim twee jaar, aangezien de verdachte op 17 april 2019 in verzekering was gesteld en het vonnis pas op 10 juli 2023 werd gewezen. De straf wordt opgelegd met een vervangende hechtenis van 80 dagen indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per dag voorarrest.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 december 2024. De raadsman had verzocht de straf te matigen vanwege de ziekte van de verdachte, hetgeen het hof heeft gehonoreerd.