ECLI:NL:GHAMS:2024:3692

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 december 2024
Publicatiedatum
3 februari 2025
Zaaknummer
23-003189-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 139 Douanewetboek van de UnieArt. 23 Wetboek van StrafrechtArt. 24 Wetboek van StrafrechtArt. 24c Wetboek van StrafrechtArt. 57 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor invoer rooktabak zonder aangifte bij inspecteur

Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het niet aanbrengen van 16 kilo en 46 kilo rooktabak bij de inspecteur, met het oogmerk invoerrechten te ontduiken.

De verdachte heeft de tenlasteleggingen bekend, waardoor het hof volstond met een opsomming van de bewijsmiddelen, waaronder proces-verbalen van verhoor en fiscaal onderzoek. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 8 januari 2021 en 18 april 2021 respectievelijk 16 en 46 kilo rooktabak niet heeft aangegeven bij de inspecteur.

De strafbaarheid van het bewezenverklaarde werd niet betwist en de verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €1.250, te vervangen door 22 dagen hechtenis bij niet-betaling. Het hof hield rekening met de ernst van de feiten, de benadeling van de staat en de oneerlijke concurrentie op de sigarettenmarkt, maar zag geen reden om de opgelegde boete te matigen ondanks de beperkte financiële draagkracht van de verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €1.250, te vervangen door 22 dagen hechtenis bij niet-betaling.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003189-22
datum uitspraak: 9 december 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 november 2022 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-033241-21 (zaak A) en 15-131454-21 (zaak B) tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1978,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 november 2024.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadslieden naar voren hebben gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak A (parketnummer 15-033241-21)
hij op of omstreeks 8 januari 2021, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, een of meer goederen, te weten 16 kilo rooktabak, in strijd met het artikel 139 eerste Pro en/of tweede lid van het Douanewetboek van de Unie niet heeft aangebracht bij de inspecteur, zulks terwijl hij, verdachte, het feit heeft begaan (al dan niet) met het oogmerk om de rechten bij invoer die ter zake van genoemde goederen waren verschuldigd, te ontduiken en/of de ontduiking daarvan te bevorderen.
Zaak B (parketnummer 15-131454-21)
hij op of omstreeks 18 april 2021, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, een of meer goederen, te weten 46 kilo rooktabak, in strijd met het artikel 139 eerste Pro en/of tweede lid van het Douanewetboek van de Unie niet heeft aangebracht bij de inspecteur, zulks terwijl hij, verdachte, het feit heeft begaan (al dan niet) met het oogmerk om de rechten bij invoer die ter zake van genoemde goederen waren verschuldigd, te ontduiken en/of de ontduiking daarvan te bevorderen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

De bewijsmiddelen

Nu de verdachte het tenlastegelegde heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat het hof met de navolgende opsomming van de bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering:
Ten aanzien van het in de zaak A tenlastegelegde:
het proces-verbaal van verhoor verdachte van 8 januari 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (pagina’s 5 tot en met 7);
het proces-verbaal fiscaal van 13 januari 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (pagina’s 1 tot en met 4).
Ten aanzien van het in de zaak B tenlastegelegde:
het proces-verbaal van verhoor verdachte van 18 april 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (pagina’s 6 tot en met 7);
het proces-verbaal fiscaal van 18 april 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (pagina’s 1 tot en met 4).

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A en in zaak B tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak A (parketnummer 15-033241-21)
hij op 8 januari 2021, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, goederen, te weten 16 kilo rooktabak, in strijd met het artikel 139 eerste Pro lid van het Douanewetboek van de Unie niet heeft aangebracht bij de inspecteur, zulks terwijl hij, verdachte, het feit heeft begaan met het oogmerk om de rechten bij invoer die ter zake van genoemde goederen waren verschuldigd, te ontduiken.
Zaak B (parketnummer 15-131454-21)
hij op 18 april 2021, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, goederen, te weten 46 kilo rooktabak, in strijd met het artikel 139 eerste Pro lid van het Douanewetboek van de Unie niet heeft aangebracht bij de inspecteur, zulks terwijl hij, verdachte, het feit heeft begaan met het oogmerk om de rechten bij invoer die ter zake van genoemde goederen waren verschuldigd, te ontduiken.
Hetgeen in zaak A en zaak B meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A en zaak B bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in zaak A bewezenverklaarde levert op:
binnengebrachte goederen in strijd met artikel 139, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie niet of niet tijdig bij de inspecteur aanbrengen, terwijl hij het feit begaat met het oogmerk de rechten bij invoer die ter zake van de goederen zijn verschuldigd, te ontduiken.
Het in zaak B bewezenverklaarde levert op:
binnengebrachte goederen in strijd met artikel 139, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie niet of niet tijdig bij de inspecteur aanbrengen, terwijl hij het feit begaat met het oogmerk de rechten bij invoer die ter zake van de goederen zijn verschuldigd, te ontduiken.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in zaak A en zaak B bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 1250,00, te vervangen door 22 dagen hechtenis indien deze geldboete niet wordt voldaan.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
De raadslieden hebben ter terechtzitting in hoger beroep het hof verzocht bij de op te leggen straf ermee rekening te houden dat er geen sprake is geweest van commercieel handelen of winstbejag, dat het ontstane belastingvoordeel reeds volledig ongedaan is gemaakt door de inbeslagneming van de rooktabak en dat de verdachte doordat hij niet kan werken vanwege zijn handicap over beperkte financiële middelen beschikt.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de invoer van 16 kilo en 46 kilo rooktabak, zonder deze aan te brengen bij de inspecteur. Hierdoor wordt de binnenlandse sigarettenmarkt oneerlijke concurrentie aangedaan en de staat benadeeld. Het hof rekent dit de verdachte aan en is van oordeel dat de door de politierechter opgelegde geldboete in dit geval passend en geboden is. In hetgeen door de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd, ziet het hof geen aanleiding de geldboete te matigen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en
artikel 10:1 van Pro de Algemene douanewet.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in zaak A en zaak B tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in zaak A en zaak B bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 1.250,00 (duizend tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. E. van Die en mr. A.J. van Es, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 december 2024.
mr. A.J. van Es is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]