ECLI:NL:GHAMS:2024:3705
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken van grieven
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 juli 2022. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 12 november 2024 gaf de raadsman aan dat de verdachte geen grieven meer heeft tegen het vonnis. Het hof heeft vervolgens vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij verdere behandeling van het hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De beslissing werd genomen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters. De uitspraak vond plaats tijdens een openbare zitting. Hiermee komt een einde aan de procedure in hoger beroep, waarbij het oorspronkelijke vonnis van de rechtbank ongewijzigd blijft.
De zaak betreft een procedurele beslissing over de ontvankelijkheid van het hoger beroep en bevat geen inhoudelijke beoordeling van de strafzaak zelf.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.